Onrust over straling UMTS-antennes, Ver. Ned. Gemeenten

maandag, 07 maart 2005 - Categorie: Berichten Nederland

Onrust over straling UMTS-antennes
www.vng.nl/smartsite.dws?ID=33760&art=41748

Met de uitrol van de nieuwe technologie UMTS, de opvolger van GSM, neemt ook de ongerustheid onder de lokale bevolking toe. Met steun van het Rijk wordt in Zwitserland aanvullend onderzoek gedaan naar de gezondheidseffecten. Intussen staan veel gemeenten voor de vraag: wachten we deze Zwitserse precisie af of nemen we alvast voorzorgsmaatregelen? De zoektocht naar lokale manoeuvreerruimte.

Donderdag 27 januari, acht uur. De gemeenteraad van Woerden vergadert. Inwoonster mevrouw Kooijman biedt namens 371 bewoners een pakket handtekeningen aan tegen de plaatsing van de C2000-mast in hun naaste omgeving zijn. Een ‘….persoonlijk pakket van inwoners die zorgen hebben over hun toekomst, hun gezondheid en hun kinderen.’ Bijgevoegd is een internationaal rapport, waarin dieper wordt ingegaan op de gevaren van blootstelling aan elektromagnetische straling. ... De inspreekster verwoordt haar boosheid over het gebrek aan cq. de summiere informatie naar de burgers. ‘Zolang niet duidelijk is wat dagelijkse blootstelling aan elektromagnetische straling met het lichaam doet, mag met mensen geen risico genomen worden.’

In dit geval gaat het om een mast voor het nieuwe digitale communicatienetwerk voor de hulpverleningsdiensten, waarvan de bouw vergunningvrij is.



Maar de zorg over stralingseffecten is langzamerhand wijdverbreid. Regionale kranten staan al maanden bol van verhalen over de gezondheidsrisico’s van met name UMTS-masten.

Raadsleden hebben daar ook een neus voor. Zwollenaar Albert de Boer van Plaatselijk Belang Zwolle peilde afgelopen maand de bereidheid van het gemeentebestuur om, in afwachting van nader onderzoek naar de effecten van UMTS-straling, de afhandeling van aanvragen voor een bouwvergunning op te schorten. Het CDA in Den Haag wil dat de gemeente voorkomt dat er antennes voor UMTS-telefonie op woongebouwen neergezet worden. En de PvdA in Bronckhorst komt binnenkort met een initiatiefvoorstel, waarin de fractie aandringt op een helder beleid voor de plaatsing van zendmasten – in ieder geval niet te dicht bij woningen.


Paraplu

De gemeente Haarlemmermeer, jaren geleden al heel actief toen de GSM-masten zich aankondigden, belegde eind januari zelfs een heuse raadssessie over het UMTS-beleid. Net als veel andere overheden werkt ze met een paraplubepaling voor de plaatsing van telecommunicatie-installaties. Daarin staat wat van operators wordt verwacht, hoe de gemeente zelf meewerkt om een dekkend netwerk te krijgen, dat de gemeente zich conformeert aan het rijksbeleid omtrent gezondheidsaspecten en (afstands)normen, dat woongebieden en daarbinnen weer woongebouwen zoveel mogelijk worden ontzien.



Toch bepleit PvdA-raadslid Tom Horn van Haarlemmermeer voor UMTS een verdergaande no regret-optie: een voorzorgsprincipe dat zegt dat zolang het tegendeel niet is bewezen (namelijk dat het absoluut onschadelijk is), de overheid er voor zorgt dat de kans op schade beperkt blijft. Horn, tijdens de raadssessie: ‘We beseffen dat het landelijk beleid ons weinig tot geen ruimte geeft om dit af te dwingen, maar de twee betrokken firma’s willen toch graag maatschappelijk verantwoord ondernemen?’



Het college, dat de landelijke ontwikkelingen op de voet volgt, liet in december nog weten dat het geen mogelijkheden ziet UMTS-antennes te weren. Maar kortgeleden besloot het toch geen medewerking te verlenen aan de plaatsing van een zendmast van 35 meter hoog in de wijk Getsewoud in Nieuw Vennep. Het principe van Haarlemmermeer is nu dat ze, zolang er geen duidelijkheid is over de risico’s voor de volksgezondheid, geen medewerking verleent aan de plaatsing van UMTS-masten in woongebieden.



Rijk

Het strenge standpunt van Haarlemmermeer is opmerkelijk en wijkt af van het rijksbeleid voor het plaatsen van UMTS-antennes bij woonbebouwing. De woordvoerster van verantwoordelijk wethouder Diekman: ‘Onze gemeente mist een landelijk kader voor de gezondheidsaspecten van deze antennes.’



Het rijksbeleid lijkt al jaren onveranderlijk. ‘Op dit moment is er geen aanleiding om het beleid ten aanzien van antennes te herzien’, luidt een nogal geliefde slotzin uit de groeiende hoeveelheid brieven die hierover naar de Tweede Kamer gaan. Die besloot nog in december 2004 geen nadere regels te stellen.



Nadat TNO met minder vrolijke conclusies op de proppen kwam, concludeerde de Gezondheidsraad vorig jaar juni, ‘dat met dit onderzoek geen wetenschappelijk bewijs geleverd is dat GSM- en UMTS-signalen van basisstations voor mobiele telefonie inderdaad zulke klachten kunnen veroorzaken’. Wel waren er volgens de Raad goede redenen voor een antwoord op het TNO-onderzoek. Dankzij een financiële bijdrage van de Nederlandse overheid ging vorig jaar september een Zwitsers onderzoek van start naar het effect van UMTS-signalen op het gevoel van welzijn en de cognitieve functies van mensen met en zonder subjectieve klachten. De resultaten worden in september 2005 verwacht.


Antennebeleid

De Nota Nationaal Antennebeleid vormde vijf jaar geleden een antwoord op de explosieve groei van de mobiele telecommunicatie en de wisselende benadering die gemeenten hanteerden. Een belangrijk resultaat was het convenant van juni 2002 tussen Rijk, VNG en de vijf operators over de voorwaarden waaronder antenne-installaties worden geplaatst.


Zo hoeft sinds augustus 2002 voor de bouw van antennes tot vijf meter geen bouwvergunning meer te worden aangevraagd. Verder is afgesproken dat de operators een plaatsingsplan maken om gemeenten te informeren over locaties van bestaande en geplande antennes. Daarnaast bevat het convenant afspraken over de visuele inpasbaarheid van antennes, het instemmingsrecht van bewoners van huurwoningen en de maximaal toegestane blootstelling aan radiofrequente elektromagnetische velden.



De VNG bevestigt dat, na een hele poos rust aan het front, de laatste tijd bij haar ‘in steeds hogere frequentie signalen binnenkomen’ van gemeenten waar de bevolking ongerust is over de nieuwste generatie masten. De reactie van de VNG kan volgens haar niet anders zijn dan dat het gezondheidsaspect ‘des Rijks’ is.

Een woordvoerster zegt dat de insteek bij de totstandkoming van het convenant er puur één was van de ruimtelijke kwaliteit van de leefomgeving. ‘Op dat vlak is de zaak geregeld, met vergunningplicht of vergunningvrij bouwen, het plaatsingsplan en voorgeschreven jaarlijks overleg tussen operators en de gemeente.’ Zij wijst er verder op dat in het convenant wel blootstellingslimieten zijn afgesproken. Om geen enkel risico te nemen is daarin een ruime veiligheidsmarge opgenomen.



Overigens herinnert de VNG eraan dat zij er destijds wel voor gewaarschuwd heeft, dat er gemakkelijk onrust onder de bevolking kan ontstaan als de bouw van antennes in zoveel gevallen vrij wordt gegeven. Dat laatste heeft zij echter niet kunnen tegenhouden.

De vergunningvrijheid mag dan een gegeven zijn, als gemeenten twijfels hebben over de blootstellingslimieten, kan het Nationaal Antennebureau worden ingeschakeld om ter plekke een veldsterkteonderzoek te laten doen, aldus de woordvoerster.

Uiteraard brengt de VNG de verontruste signalen in bij de tweede evaluatie van het convenant, die op het ogenblik loopt. Over de beperkte beleidsruimte die sommige gemeenten voelen, zegt de woordvoerster: ‘De VNG heeft zich nooit voor alle gemeenten kunnen binden. Als een gemeente zelf nieuwe afspraken wil maken, dan kan dat. Maar dan bestaat de kans dat de operators zich in die gemeente niet meer gehouden achten aan de afspraken uit het landelijke convenant.’


Meer sturing

Minister Brinkhorst (D66) van Economische Zaken liet recent weten dat hij, ondanks de tevredenheid die uit de eerste evaluatie naar voren kwam, toch aanleiding ziet de overheidssturing op het antennedossier te intensiveren. ‘Het nationale antennebeleid ademt nog de sfeer van geloof in de terugtredende overheid en een rotsvast vertrouwen in convenanten’, zei de minister in december in de Tweede Kamer.



Daarbij wees hij erop dat het convenant expliciet de mogelijkheid biedt om door ‘gewijzigde politieke omstandigheden en politieke verhoudingen en inzichten’ de rol van de overheid te vergroten. Maar wat de minister daarbij ook voor ogen heeft (Brinkhorst lijkt met name te denken aan de instemmingsprocedures voor bewoners), hij maakt er geen geheim van dat het uitzonderen van flats als antennelocaties ‘alleen gerechtvaardigd zal zijn als de risico’s onomstotelijk vaststaan’.



VVD-kamerlid Aptroot is blij dat de regering zo ‘nuchter en verstandig’ met het vraagstuk omgaat. Mocht er in de toekomst toch sprake zijn van negatieve gevolgen en schade – overigens een volstrekt hypothetische kwestie, aldus Aptroot – dan staat voor hem als een paal boven water dat de daarbij betrokken private ondernemingen daarvoor volledig verantwoordelijk en aansprakelijk zijn. ‘In juridische zin staat de overheid hier volledig buiten’, gaf het VVD-Kamerlid onlangs tijdens een overleg over antennes en gezondheid alvast te kennen.



SP-Kamerlid Krista van Velzen heeft er weinig vertrouwen meer in. Volgens haar is de discussie over gezondheidsrisico’s een spel rond grote financiële belangen geworden. ‘Nieuwe producten die bij ons op de markt komen, moeten terecht uitvoerig worden onderzocht en getest. Bij de plaatsing van UMTS-antennes geldt echter gek genoeg geen enkel voorzorgsprincipe. Straks staat heel Nederland vol, terwijl onduidelijk is wat de gezondheidseffecten zijn. Dat is toch niet verantwoord?’, vroeg Van Velzen zich onlangs vertwijfeld na haar zoveelste kamervragen af.

Eén relativerende opmerking tot slot: die dingen worden er neergezet om mobiel te kunnen bellen. Wat dat betreft is het dilemma veel groter dan die tussen het wachten op Zwitserse precisie en het nemen van vergaande voorzorgsmaatregelen. Het is ook een debat over de behoefte en vraag naar een volledig dekkend netwerk voor telecommunicatie.

Klaas Salverda



Lees verder in de categorie Berichten Nederland | Terug naar homepage | Lees de introductie