![]() | |||||
|
Brief VNG aan VROM 30 augustus 2006 Aan de Vaste Commissie voor Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag Geachte commissieleden, Op 7 september aanstaande spreekt u in uw Algemeen Overleg over UMTS. Onderwerp van gesprek zal daarbij zijn de brief van de staatssecretaris van VROM d.d. 6 juni 2006 inzake de resultaten van het Zwitserse replicatieonderzoek naar UMTS en welbevinden (27 561-28). De VNG heeft kennis genomen van de resultaten van dit onderzoek en de begeleidende brief aan de Tweede Kamer. Wij steunen de staatssecretaris in zijn conclusie dat er op basis van het verrichte onderzoek geen redenen zijn om de plaatsing van UMTS tegen te houden. Wat de VNG betreft zijn er ook geen redenen om af te wijken van afspraken die in 2002 zijn gemaakt in het Convenant Nationaal Antennebeleid. De VNG neemt kennis van de opvatting van de staatssecretaris dat het oordeel over de mogelijke gezondheidsrisico's is voorbehouden aan zijn departement en zich niet leent voor beoordeling door het gemeentelijke of provinciale bestuur. De VNG concludeert dat daarmee feitelijk wordt gesteld dat er geen beleidsruimte voor gemeenten is om de plaatsing van UMTS tegen te houden op basis van bezorgdheid over mogelijke gezondheidsrisico's. Aangezien recente jurisprudentie van de Raad van State de stelling van de staatssecretaris lijkt te bevestigen legt de VNG zich bij dit oordeel neer. De VNG gaat verder uit van de bevindingen van de Wereldgezondheidsorganisatie en de Gezondheidsraad die oordelen dat niet aannemelijk is dat er zich gezondheidsrisico's ten gevolge van UMTS zullen voordien, noch op de lange, noch op de korte termijn. Daarbij gaat de VNG er vanuit dat de aansprakelijkheid voor eventuele gezondheidsrisico's veroorzaakt door de toepassing van UMTS, mocht zulks zich in de toekomst blijken voor te doen, nooit voor rekening kan komen voor gemeenten. Gemeenten kunnen hier niet verantwoordelijk voor worden gehouden omdat zij volgens de staatssecretaris immers geen beleidsruimte hebben om af te wijken van het rijksbeleid in deze. De VNG constateert verder dat ondanks de wetenschappelijke duidelijkheid die er nu over de toepassing van UMTS lijkt te bestaan er nog steeds sprake is van ongerustheid op dit punt bij burgers en gemeenten die met de plaatsing van antennemasten ten behoeve van UMTS worden geconfronteerd. De VNG gaat er vanuit dat de betrokken ministeries alles in het werk zullen stellen deze ongerustheid effectief weg te nemen door het geven van eenduidige informatie en een adequate communicatie met betrokken partijen. Initiatieven die de ministeries in het laatste half jaar op dit punt hebben ontplooid worden door de VNG van harte toegejuicht. Hier kunnen bijvoorbeeld worden genoemd het maken van afspraken over het instellen van een kenniscentrum en het in contact treden met gemeenten waar de plaatsing van antennemasten niet vlekkeloos verloopt. In de tweede helft van september zal de VNG haar leden informeren over het standpunt dat de VNG in dit dossier inneemt. Gezien het grote maatschappelijke belang van de discussie over de mogelijke gezondheidsrisico's zal de VNG hierover in overleg blijven met alle partijen die zijn betrokken bij de uitvoering van het nationale antennebeleid. Vereniging van Nederlandse Gemeenten mr. R.J.J.M. Pans, voorzitter directieraad
Ga terug naar het hoofdmenu
| ||||
| | |||||