|
|
|
| Allergisch voor elektriciteit , Reformatorisch Dagblad |
|
Ga naar overzicht berichten in: Berichten Nederland
Allergisch voor elektriciteit , Reformatorisch Dagblad dinsdag, 28 december 2004 - Dossier: Wetenschap
Zie www.refdag.nl/website/artprint.php?id=1195443 „Zet op je nachtkastje geen wekker die op netspanning werkt”
W. van Hengel
Allergieën zijn er in soorten. Sommige mensen zijn overgevoelig voor bepaalde voedingsstoffen, anderen voor stuifmeel of graspollen. Dat er ook mensen zijn met een allergie voor elektromagnetische velden is minder bekend. Ze hebben het niet gemakkelijk in het huidige digitale tijdperk.
„Draadloze huistelefoons zijn de grootste boosdoeners”, zegt neurobioloog dr. Hugo Schooneveld (67). Het gaat om de zogeheten DECT-telefoons. DECT is de afkorting van Digital Enhanced Cordless Telecommunication oftewel digitaal draadloos bellen. „Het basisstation van zo’n toestel zendt dag en nacht pulsen uit, ongeacht of er wordt gebeld of niet. Het is eigenlijk een kleine gsm-zender in huis.” De draadloze huistelefoon van een nieuwe buurman speelde Schooneveld geducht parten. „Dat hebben we gelukkig samen goed op kunnen lossen: hij heeft hem verderweg gestopt”, vertelt Schooneveld in zijn semi-bungalow in Wageningen-Hoog. Voor zijn pensionering was hij verbonden aan Wageningen Universiteit en deed hij onderzoek bij schadelijke insecten. „We ontwikkelden stoffen die de hormoonhuishouding in insectenhersenen moesten verstoren zodat ze niet meer vruchtbaar werden. Onderzoek aan hersenen was de spil waar het in mijn werk om draaide.”
Klassieke elektrische apparaten werken op netspanning met een gelijkmatige golfbeweging, een regelmatige slingervorm. Ze zorgen doorgaans niet voor problemen. Moderne, digitaal werkende apparaten echter wel. „Ze zijn voorzien van voorschakelelektronica die de netvoeding transformeert tot korte digitale pulsen. Die pulsen hebben een bepaalde gelijkspanning met korte felle pieken. Ze zijn zo kort dat je ze niet eens kunt meten. Maar ze hebben waarschijnlijk biologische effecten. Je zou ze kunnen vergelijken met mitrailleurkogeltjes die onze lichaamscellen raken. En daar word je niet beter van.” Dan volgt een interessante hypothese die Schooneveld heeft ontwikkeld. „Een zenuwcel genereert eveneens kleine pulsjes. Die pulspakketjes gaan naar je hersenen of omgekeerd. Als er dan zo’n digitaal veld van pulsjes van buitenaf overheen komt, kun je je voorstellen dat er ergens in het circuit -ik denk aan hersenen of ruggenmerg- zaken verstoord raken. Er zitten pulsen bij die er niet horen te zijn en de neuronen in het centrale zenuwstelsel weten niet wat ze met die wanordelijke pulsen aanmoeten. Dat schaadt mogelijk de centrale coördinatie van hersencellen. De bewijsvoering is nog niet rond. Dat er elektrogevoelige mensen zijn, staat echter als een paal boven water.”
Schooneveld somt een reeks apparaten op die digitale pulsen genereren: computers -soms ook de kleine zakcomputers-, modems van draadloze netwerken (wifi, bluetooth), mobiele telefoons, maar ook regelapparatuur van nieuwe waterbedden, elektrische dekens en elektrische wekkers. „Die wekkers moet je dus zeker niet op je nachtkastje zetten.” Ook de huidige dimmers, radio’s, versterkers, televisietoestellen en video- en dvd-recorders staan op de zwarte lijst. „De transistors van vroeger, die schoon waren, zijn er niet meer. Als je er gevoelig voor bent, kunnen al die apparaten in je huis voor problemen zorgen.” Bij de DECT-telefoons is het volgens Schooneveld niet de telefoonhoorn zelf die problemen geeft, maar het basisstation of de houder. Mobiele telefoons werken ook zo, maar alleen als er wordt gebeld. Het basisstation van een DECT-telefoon geeft per seconde honderd scherpe digitale pulsjes af die vele tientallen meters kunnen overbruggen, dwars door betonnen muren heen. Deze hoogfrequente pulsjes van het eigen toestel bereiken dus ook de aangrenzende woning van de buren.
Vormen DECT-telefoons voor mensen die elektrisch overgevoelig (EO) zijn een fors probleem, ook mensen die niet elektrogevoelig zijn, raadt Schooneveld af een DECT of draadloos netwerk (wifi) in huis te nemen. „Als je niet gevoelig bent, kun je het wel worden. De veldsterktes die deze apparaten genereren, zijn globaal genomen honderden malen sterker dan die van een gsm- of umts-mast op een halve kilometer afstand. Het zijn digitale mitrailleurs in je huis”, aldus de Wageningse neurobioloog. Er zijn goede alternatieven. Kabels maken wifi overbodig. De DECT is te vervangen door een vaste telefoon of een analoge draadloze huistelefoon van het type CT-1. Deze telefoon produceert ongepulste signalen, alleen tijdens het bellen. Mensen die al wifi in huis hebben en er geen problemen mee hebben, adviseert Schooneveld een zo kort mogelijke blootstelling. „Zet wifi alleen aan als je met je computer werkt. Dat geldt ook voor andere apparaten: als je ze niet gebruikt, kun je ze het beste uitzetten. Geen stand-bystand dus.”
Werkgroep
Schooneveld is voorzitter van de Werkgroep Elektrische Overgevoeligheid. Op tafel ligt een rapport waarvan de inkt nog maar nauwelijks droog is. Het dient als werkdocument voor de Gezondheidsraad. De Commissie Elektromagnetische Velden nodigde Schooneveld eerder deze maand uit voor een gesprek. Ernaast ligt het ”Schone spoorboekje”, een handleiding voor probleemloos reizen voor elektrogevoelige mensen. „Als mensen met elektrogevoeligheid de trein pakken, is het belangrijk dat ze weten in welk treinstel zich de elektromotoren bevinden. In zulke compartimenten heersen namelijk sterke elektromagnetische velden. Van alle treintypes heeft de NS ons gedetailleerde informatie verstrekt, zodat we kunnen zien waar we wel en niet moeten gaan zitten.”
Schooneveld schetst de problemen van mensen met elektrogevoeligheid. Karakteristieke klachten zijn duizeligheid, hoofdpijn, jeuk, uitslag in het gezicht, concentratie- en slaapstoornissen, geluidsensaties (dreunende, fluitende oren), prikkelbaarheid, geheugenstoornissen en een grieperig gevoel. Sommige verschijnselen openbaren zich binnen enkele minuten na blootstelling, andere pas na verloop van uren. Klachten kunnen uren tot dagen aanhouden en verschillen per persoon. „Niet alle personen zijn even gevoelig voor elektromagnetische velden”, zegt de Wageningse neurobioloog. De één voelt zich ’s avonds na een dag werken in een met pc’s volgepakte omgeving misschien alleen wat afgepeigerd. Een ander raakt al van slag bij het werken met een palmtop of wanneer een buurman een laptop aanzet of op het moment dat iemand binnenkomt met een mobiele telefoon in de stand-bystand. Maar ook het frequent reizen in een auto, elektrische trein of tram kan overgevoeligheid voor de heersende velden oproepen.
De klachten nemen na verloop van tijd vaak toe. Soms ontstaan ook andere problemen, zoals overgevoeligheid voor licht, geluid en geuren of een allergie voor bepaalde voedingsmiddelen. Dat mensen die dicht bij of onder gsm-zendmasten wonen ook klagen over slapeloosheid, verbaast Schooneveld niet. „Het kan jaren duren voordat je last krijgt van zo’n zendmast, maar op een bepaald moment kunnen die pulsen vat krijgen op je lichaam en begint de ellende. Zendmasten buiten of apparaten binnenshuis kunnen je een levenslange gevoeligheid voor elektriciteit bezorgen. Als dat gebeurt, kun je in een put belanden waar je niet meer uitkomt. Dan is er geen weg meer terug.”
Schooneveld heeft zelf al 25 jaar last van elektrische overgevoeligheid. „Ik kreeg te maken met slapeloosheid, duizeligheid, concentratieproblemen, moeheid, huiduitslag en vooral veel hoofdpijn. Zo’n 23 jaar lang dacht ik dat ik de enige in Nederland was die dit had.” De computer gebruikt hij zo kort mogelijk, in de trein of in een vliegtuig stapt hij nooit. „Gsm-zendmasten staan gelukkig ver van mijn huis.” In zijn huis heeft hij inmiddels de nodige aanpassingen aangebracht, bijvoorbeeld in de meterkast. ’s Nachts schakelt de stroom automatisch uit op de groepen waar dit mogelijk is. Een oude televisie zonder digitaal werkende onderdelen staat in een zijkamer. Vanaf de verste hoek van de kamer kijkt Schooneveld soms naar het nieuws. Op andere tijdstippen is het apparaat uitgeschakeld. In zijn auto heeft hij een partij condensatoren en weerstanden laten inbouwen om de storende velden terug te dringen. „De auto was voor mij een gevaarlijk object, maar nu gaat het beter.”
Website
Sinds twee jaar geleden beheert Schooneveld de website www.electroallergie.org. Inmiddels staat hij in contact met het Meldpuntennetwerk Gezondheid en Milieu (www.mngm.nl) en via deze organisatie ook met andere mensen die last hebben van EO. „Een aantal dacht dat de klachten te maken hadden met het chronische vermoeidheidssyndroom ME of met meervoudige chemische overgevoeligheid. De laatste aandoening staat ook wel bekend als multiple chemical sensitivity, MCS. Deze mensen zijn overgevoelig voor geuren, licht of geluid. Toen we met elkaar in contact kwamen, viel het kwartje.” Schooneveld heeft nu een lijst met 300 namen van mensen die inmiddels hulp hebben gezocht. „Het zijn er veel meer, maar ze zijn niet allemaal door mij geregistreerd. Ik krijg zo veel reacties uit het land dat ik denk dat we met het topje van een ijsberg te maken hebben.”
In Stockholm is onderzoek gedaan naar elekrische overgevoeligheid. Uit deze studie komt naar voren dat zo’n 1,5 procent van de inwoners van de Zweedse hoofdstad van zichzelf denkt overgevoelig te zijn voor elektriciteit. In Zweden is, als eerste land in de wereld, elektrogevoeligheid sinds kort erkend als ziektebeeld. Dit is het vierde artikel rond elektromagnetische velden.
Ga terug naar het hoofdmenu
|