StopUMTS Logo
how to get rid of moles
Zoeken
   
Voorlichting
24/05/17Meetspecialisten, meet
14/05/17Belpomme: website van ...
Artikelen
29/05/17Dirty Electricity — Ste
27/05/17Municipal fiber optic net
27/05/175G Telecomm Radiation the
24/05/17Interview Monique Beerlag
23/05/17Electromagnetic Hypersens
23/05/17Children and EHS (Joli
Berichten Nederland
25/05/17Lymepatient beoordeelt zo
25/05/17Kan het College van de Me
24/05/17Energie besparen wordt ma
23/05/17Piek in melding asbestsla
22/05/17Lezing over gevaren bij d
Berichten België
24/05/17Wordt Brussel de eerste s
06/04/17Overgevoelig aan straling
Berichten Internationaal
27/05/17USA: The Alzheimer's deat
27/05/17USA: Health Advocates Wan
27/05/17USA: New records show how
24/05/17Slimme meter ellende in E
Ervaringen | Appellen/oproepen
27/05/17Getuigenis - borstkanker
17/05/17Being Electrosensitive (i
28/04/17Zoektocht van een elektro
Onderzoeken
27/05/17Diabetis 1: Radiation fro
27/05/17Mobile phone use and risk
21/05/17How Wireless Technologies
Veel gestelde vragen
13/05/17Vakantie? Witte zo
10/07/16Zeven veel gestelde vrage
Juridische informatie
30/04/17Belasting advies: afscher
27/04/17Another Italian brain tum
21/04/17Italian court rules mobil
Oproepen
12/06/17Lezing in Sommelsdijk (Go
19/05/17Lezing Straling en Gezond
09/05/17Lezing in Epe (Gelderland
Folders
10/04/17Brochures, folders, websi
29/04/16USA: Meer dan 50 tips voo
Briefwisselingen | Archief: 2008, 2005
21/05/17Brief naar de Koning
21/05/17Brief naar de Fractievoor
Illustraties
 Algemeen
 Fotoalbum zendmasten
 Wetenschappelijke illustraties
Gezondheidsraad: Geen duidelijk bewijs voor verband tussen hersentumoren en langjarig mobiel bellen    
Ga naar overzicht berichten in: Artikelen

Gezondheidsraad: Geen duidelijk bewijs voor verband tussen hersentumoren en langjarig mobiel bellen
vrijdag, 14 juni 2013 - Dossier: Algemeen


Bron: www.kennisplatform.nl/Homepage.aspx .
3 juni 2013


Met commentaar van Stopumts en een reactie van de Gezondheidsraad en helemaal onderaan het commentaar van Dariusz Leszczynski, welk commentaar volledig overeenstemt met dat van Stopumts.

Tekst van het Kennisplatform bericht:
Om een uitspraak te kunnen doen of het gebruik van mobiele telefoons tot tumoren in het hoofd kan leiden, heeft de Commissie Elektromagnetische Velden van de Gezondheidsraad het beschikbare epidemiologische onderzoek systematisch verzameld en beoordeeld. Het gaat om onderzoek onder mensen die maximaal dertien jaar mobiel belden. De commissie concludeert in het vandaag verschenen advies dat hieruit geen duidelijk en samenhangend bewijs naar voren is gekomen voor een verhoogd risico op een hersentumor of andere tumor in het hoofd; een dergelijk risico kan echter ook niet worden uitgesloten. Over gebruik langer dan dertien jaar kan niets worden gezegd.

De beoordeling door de commissie van de kwaliteit van het verzamelde epidemiologische onderzoek heeft geen fundamentele verschillen aan het licht gebracht tussen de belangrijkste onderzoeken, namelijk een Deense cohortonderzoek en de patiënt-controle-onderzoeken van Hardell en INTERPHONE. Deze onderzoeken hebben daarom in haar eindoordeel geen verschillend gewicht gekregen.
Voor één bepaald type kwaadaardig hersentumor (gliomen) zijn er volgens de commissie wel aanwijzingen gevonden - die zij als zwak en onsamenhangend beoordeelt - maar uit bevolkings­statistieken blijkt geen toename van dit type hersentumor. Voor de andere onderzochte tumoren zijn de aanwijzingen volgens de commissie veel zwakker of ontbreken die geheel.
Eind dit jaar en begin volgend jaar volgen er nog twee adviezen. Het eerste gaat over de resultaten van een systematische analyse van dierexperimentele gegevens. Proefdieronderzoek kan immers informatie geven over de manier waarop eventuele nadelige gezondheidseffecten kunnen ontstaan. In het tweede zal de commissie al deze bevindingen bespreken in het licht van de zes weken geleden verschenen toelichting van IARC op het oordeel dat mobiel bellen 'mogelijk kankerverwekkend' is.

Commentaar Stopumts:
Er staat dat de Gezondheidsraad geen verschillend gewicht heeft toegekend aan het Deense cohortonderzoek, de onderzoeken van Hardell en het Interphone onderzoek.

Onze eerste conclusie is derhalve dat de leden van de Gezondheidsraad of:
- geen enkel onderzoek bestudeerd hebben, of
- bewust met misleiding van de lezers bezig zijn.

Het IARC (onderdeel van de WHO) heeft in haar analyse van deze drie studies al aangegeven de resultaten van het Deense onderzoek niet mee te nemen wegens 'considerable misclassification in exposure assesment' van de in het onderzoek meegenomen proefpersonen. Het komt er in feite op neer dat één groep bellers vergeleken is met een andere groep bellers, zonder enige informatie over het belgedrag mee te nemen. Ook op het Interphone onderzoek was het nodige aan te merken.
Voor de aanzienlijk meer gedegen analyse van Stopumts zie :

pdf/fabels-5-6.pdf .

Het deel waar het om gaat reproduceren we hieronder, voor de literatuurverwijzingen zie bovenstaande pdf-file.

Epidemiologische onderzoeken
Het International Agency for Research on Cancer (IARC), onderdeel van de WHO, heeft RF
straling van mobiele telefoons, DECT, WiFi, e.d. vanwege het verhoogde risico op het krijgen
van glioom, een kwaadaardige hersentumor, ingedeeld in de klasse 2B:
mogelijk kankerverwekkend(1).

Deze indeling is gebaseerd op:
- onderzoeken van de Hardell groep(3) en
- het in dertien landen uitgevoerde Interphone onderzoek(4).

Nu stemmen de in verschillende landen verkregen resultaten van het Interphone onderzoek
onderling niet overeen, maar de eindconclusie was wel dat langdurig gebruik van mobiele
telefoons, bijv. tien jaar lang een half uur per dag, een significante toename van het risico op
het krijgen van glioom veroorzaakt.

Hardell rapporteerde echter een veel sterkere toename van het aantal patiënten met glioom
(factoren 2,7 tot 3,2 na 2000 uur bellen) dan Interphone (een factor 1,4 na 1640 uur bellen).
Ook is door Hardell een significante toename van het aantal patiënten met kanker aan de
gehoorzenuw (acoustic neuroma) gevonden, terwijl de toename volgens het Interphone
onderzoek niet significant was.

Een belangrijk verschil tussen de twee studies is echter dat Hardell in de analyse van de
resultaten onderscheid maakte tussen het al dan niet gebruiken van DECT telefoons. Dat is in
het Interphone onderzoek niet gedaan. Dat betekent dat in het Interphone onderzoek
personen die thuis veel met de DECT telefoon belden, maar niet mobiel belden, ingedeeld
zijn als niet-bellers en dat personen die thuis een bedrade telefoon gebruikten en
incidenteel mobiel belden ingedeeld zijn als bellers. Er zijn nog meer verschillen tussen de
twee onderzoeken, zoals de geselecteerde leeftijdsgroepen (20 – 80 jaar bij Hardell en 30 –
59 jaar bij Interphone) en de manier waarop patiënten en personen uit de controlegroepen
geïnterviewd zijn. Dat is in de Hardell onderzoeken zorgvuldiger gedaan.

Omdat in de analyse van het Interphone onderzoek niet is meegenomen of men thuis een
DECT telefoon gebruikte, heeft dit, net zoals de beperking van de leeftijdsgroep, een zeer
nivellerend effect. Een heranalyse van de Hardell resultaten, waarin het gebruik van DECT telefoons niet is meegenomen en waarin de leeftijdsgroep beperkt werd, leidde dan ook tot
resultaten die goed overeenstemmen met die van het Interphone onderzoek. Achteraf bleek
dat informatie over het gebruik van DECT telefoons wel in het Interphone onderzoek
aanwezig was, maar niet in de analyse is verwerkt. Een mogelijke verklaring daarvoor kan
zijn dat het Interphone onderzoek gedeeltelijk door de Telecom industrie betaald is. Deze
industrie zit niet te wachten op publicaties waarin een sterke toename van het risico op het
krijgen van kanker, veroorzaakt door mobiel bellen, gerapporteerd wordt.

Er is ook nog een grootschalig Deens onderzoek, waarin geen verhoogd risico op het krijgen
van hersentumoren gerapporteerd is. Die conclusie is uitgebreid in de media overgenomen.

Het IARC heeft dit Deense onderzoek echter geen rol laten spelen in haar beoordeling(5)
‘mogelijk kankerverwekkend’, vanwege ‘considerable misclassification in exposure
assessment’. Deze misclassificatie bestaat daaruit dat:
- personen, die voor 1996 privé een mobiel telefoon abonnement hadden, zijn ingedeeld
als gebruikers, onafhankelijk van hoe vaak ze belden,
- personen, die vanuit hun werk een dergelijk abonnement hadden, zijn ingedeeld bij de
controlegroep, de niet-gebruikers, terwijl die veelal het meest frequent bellen,
- personen, die na 1995 mobiel gingen bellen, zijn ingedeeld bij de niet-gebruikers, terwijl
een aantal daarvan aan het eind van het onderzoek, in 2007, al elf jaar mobiel belden.
Kortom, gekker kan het niet. Dit onderzoek is betaald door de Telecom industrie.

De verschillende resultaten van deze epidemiologische studies zijn dus duidelijk verklaard.

De Italiaanse Hoge Raad heeft, in haar vonnis (12 oktober 2012) dat een hersentumor van
een zakenman veroorzaakt is door het veelvuldig en langjarig gebruik van mobiele telefoons,
meer gewicht toegekend aan de (uit onafhankelijk onderzoek verkregen) resultaten van
Hardell dan aan die van Interphone, terwijl het Deense onderzoek niet is genoemd(6)
.
Voor veel vormen van kanker is de latentietijd langer dan 10 jaar, bij asbest zelfs 30 jaar of
meer. Bij langdurig mobiel bellen is er volgens de resultaten van Hardell reeds na enkele
jaren een verhoogde kans op het krijgen van een hersentumor. Dat is zeer verontrustend.

Terugkomend op het Deense onderzoek is het interessant te vermelden dat de ‘Danish
Cancer Society’ recent gerapporteerd heeft dat het aantal mannen met gliobastoma – de
meest kwaadaardige vorm van hersenkanker – in de laatste tien jaar vrijwel verdubbeld is,
zonder dat daarvoor een reden aangewezen is(7).


zie verder:
www.gezondheidsraad.nl/nl/adviezen/gezonde-leefomgeving/mobiele-telefoons-en-kanker-deel1-epidemiologie-van-tumoren-het-hoofd .
en
www.antennebureau.nl/actueel/nieuws/2013/geen-duidelijk-bewijs-voor-verband-tussen-hersentumoren-en-langjarig-mobiel-bellen .

Inmiddels (5 juni) is er een reactie binnengekomen van Dr Eric van Rongen van de Gezondheidsraad. Hij schrijft:
Ik las op de website een stukje over het GR advies over mobiele telefoons en
hersentumoren, gebaseerd op een bericht op de website van het Kennisplatform. Helaas
is in dat laatste een fout geslopen. In ons advies wordt namelijk NIET evenveel
gewicht gegeven aan het cohort en de onderzoeken van Hardell en Interphone. Wij
geven MINDER gewicht aan Hardell, de redenen daarvoor staan uitgebreid beschreven in
het advies. Evenals de reden waarom wij het cohort ook belangrijk vinden. Ik denk
dat het beter is om eerst het advies zelf te lezen, al is het maar de samenvatting,
voordat jullie er iets over schrijven.


Aan het meest gedegen onderzoek (zie onze bovenstaande argumentatie) wordt dus door de GR het minste gewicht toegekend en het Deense cohort onderzoek wordt wel meegenomen, zelfs ondanks het feit dat het IARC (WHO) dit onderzoek gediskwalificeerd heeft vanwege 'considerable misclassification in exposure assessment’. We hebben de GR om nadere informatie gevraagd. Voorlopig wordt de indruk gewekt dat voor de GR de kwaliteit van onderzoeken niet bepaald wordt door de degelijkheid, maar uitsluitend door de gerapporteerde resultaten, waarbij geen effect het enige gewenste resultaat is.

Een dergelijke conclusie trokken wij eerder uit onze analyse van het bekende Zwitserse Cofam-2 onderzoek, zie:

Artikelen/7183/fabel_4_over_rf_straling_en_gezondheid .


Tot slot nog enkele opmerkingen naar aanleiding van het volledige advies van de GR aan de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, welk advies down te loaden is via:

www.gezondheidsraad.nl/sites/default/files/201311_Mobile_Phones_Cancer_Part1.pdf .

In dat advien staat op p. 16:


Het enige relevante cohortonderzoek is een uitgebreid retrospectief onderzoek uit Denemarken. Op basis van de gegevens van de mobiele telefonieaanbieders is daarbij bepaald of de deelnemers al voor 1996 een privé-abonnement hadden.

en op pp. 20/21 staat:

In het Deense cohortonderzoek hebben de onderzoekers alleen gekeken of de deelnemers een privé-abonnement hadden dat was gestart voor 1996. Deze groep hebben zij vervolgens vergeleken met alle inwoners van Denemarken. Het is duidelijk dat de tijd die is verstreken sinds het aangaan van een abonnement een minder relevante parameter is dan een schatting van de mate van daadwerkelijk gebruik, die directer gerelateerd is aan de blootstelling. In de latere publicaties over dit onderzoek, die een langere periode bestrijken, zal daarnaast in toenemende mate misclassificatie zijn opgetreden in de groep niet-gebruikers. Daar zijn twee redenen voor: zakelijke gebruikers, die mogelijk tot de meest intensieve gebruikers behoren, zijn niet opgenomen in de gebruikersgroep, en het bezit van mobiele telefoons in de Deense bevolking is na 1996 sterk toegenomen. Het Deense cohortonderzoek is om deze redenen wel afgeschilderd als een onderzoek van beperkte waarde.
Ondanks het ontbreken van gegevens over de blootstelling beschouwt de commissie het Deense cohortonderzoek echter als belangrijk voor de evaluatie. Misclassificatie in de niet-gebruikersgroep heeft namelijk slechts een zeer beperkt effect op het berekende risico, en van misclassificatie in de gebruikersgroep is geen sprake.

Misclassificatie van bellers en niet bellers en het volledig ontbreken van enige informatie over het belgedrag is voor de GR geen belemmering om het Deense onderzoek als relevant te beoordelen.
Stopumts is van mening dat op grond van de vrijwel volledige misclassificatie aan het Deense onderzoek geen enkele waarde toegekend dient te worden.
Daarbij komt dat op p. 20 van het advies inderdaad vermeld is dat de GR aan het Interphone onderzoek meer waarde heeft toegekend dan aan het Hardell onderzoek, ondanks het feit dat in het Hardell onderzoek het gebruik van Dect telefoons wel in de analyse is meegenomen en in het Interphone onderzoek niet. Een verder nivellerend verschil, zoals vermeld, is het verschil in leeftijdsgroepen, waarbij de meer kwetsbare oudere personen wel meegenomen zijn in het Hardell onderzoek en niet in het Interphone onderzoek.
Bovenstaande punten kunnen als bevestiging gezien worden dat voor de GR het gerapporteerde resultaat kennelijk het enige criterium is om te beoordelen of een onderzoek wel of niet relevant is.


Zie ook het later gepubliceerde commentaar van Dariusz Leszczynski op een presentatie van het rapport van de GR op (BioEM2013) door Eric van Rongen :
14 juni 2013

betweenrockandhardplace.wordpress.com/2013/06/14/bioem2013-dutch-tno-evaluation-of-epidemiology-of-rf-cancer/ .

Leszczynski schrijft hierin onder meer:
The Frei et al (2011), the infamous Danish Cohort update study, has also no exposure data but it was highly scored. Why? Just because it is so large? Or are there other reasons that are not spoken about?

Especially disturbing in this context is that The Health Council of The Netherlands evaluators, in detailed evaluation of the Danish Cohort study, pointed out that Danish Cohort had:

No exposure assessment
Misclassification, increasing with time
Only in ‘non-exposed’ group – minimal effect on risk estimate
And in spite of it, the evaluators decided to include Danish Cohort in evaluation. It is entirely wrong attitude. It is as the evaluators honestly say that the study’s quality is bad but then dishonestly decide to include it in evaluation.

I think that such preferential treatment of the Danish Cohort is a scientific dishonesty scandal.

There was also a very needed and very positive signal from The Health Council of The Netherlands. Namely, the evaluators said that:

for glioma there is weak, though inconsistent evidence what is in line with the IARC evaluation
current guidelines are OK, but this is no reason not to apply ALARA
Indication of The Health Council of The Netherlands readiness to apply ALARA could/should open the way for the Precautionary Principle.
.......
Just it is a shame that The Health Council of The Netherlands did not stick to own “rules” and instead of disregarding it, used Danish Cohort. Why they have done so? It goes beyond my logic

Op de bovenstaande website van Leszczynski staat ook een reactie van Van Rongen op Leszczynski's commentaar:
Eric van Rongen on June 14, 2013 at 22:12 said:
D,
The reason why the Ali Khan study was excluded was that it does not contain any data on any exposure metric. The Danish cohort at least has data on years of subscription – not much, but something. Because of that it was not put aside. It did not carry much weight in the final evaluation, but was used as additional or supporting information.
Eric


Dat heet dus draaien, gezien het feit dat de GR alleen maar het Deense en de Hardell en Interphone onderzoeken heeft meegenomen in haar evaluatie. In werkelijkheid heeft de GR juist het meeste gewicht toegekend aan het Deense onderzoek.

zie ook:
www.beperkdestraling.org/index.php?option=com_content&view=article&id=716:scientific-peer-review-in-crisis-the-case-of-the-danish-cohort&catid=45:nieuws-wetenschap&Itemid=175 .
en
www.beperkdestraling.org/index.php?option=com_content&view=article&id=714:persbericht-beperk-de-straling-deense-studie-naar-hersentumoren-door-gsm-gebruik-waardeloos&catid=45:nieuws-wetenschap&Itemid=175 .
en
www.the-scientist.com/?articles.view/articleNo/34518/title/Opinion--Scientific-Peer-Review-in-Crisis/ .



Ga terug naar het hoofdmenu
Afdrukken | Vragen | RSS | Disclaimer